WAT IS CARBON FARMING?

Carbon Farming (vrij vertaald: Koolstofboeren) heeft als doel om middels natuurlijke, biologische processen zoveel mogelijk CO2 uit de lucht te halen en in de bodem vast te leggen als koolstof. 

Natuurlijk proces

Het belangrijkste biologische proces op aarde, zijnde fotosynthese, vormt de basis voor CO2-vastlegging. Fotosynthese is het proces waarbij planten met behulp van licht, CO2 uit de lucht omzetten in zuurstof. Door middel van fotosynthese nemen planten CO2 op uit de lucht en het zuurstofdeel (O2) gaat de atmosfeer weer in. Samen met water (H2O) wordt het deel koolstof (C) omgezet in wortels, bladeren, bloemen, stengels, knollen of vruchten, oftewel in biomassa (koolwaterstofverbindingen). Met behulp van fotosynthese worden uiteindelijk voedselgewassen geproduceerd. 

Uiteraard worden de planten en de eetbare onderdelen geoogst en verdwijnt er op die manier weer een deel koolstof (C) van het land. Dit wordt ook wel de korte koolstofkringloop genoemd. Om langdurig koolstof in de bodem vast te leggen, is het zaak om zo min mogelijk koolstof in de korte kringloop te laten verdwijnen en maximaal koolstof aan de bodem toe te voegen. Dit gaat niet vanzelf en vraagt om extra inspanningen en slimme landbouwpraktijk.

/



Principe 1: Minimaliseer verstoren bodem

Naast het zoveel mogelijk aanvoeren van koolstof naar de bodem, is het ook belangrijk om ervoor te zorgen dat er zo min mogelijk afbraak plaatsvindt. De koolstofketens die in een vroeg stadium worden gemaakt door het fotosyntheseproces zijn veelal instabiel. Dat betekent dat ze in aanraking met zuurstof zich ook weer terug kunnen vormen tot CO2. Het natuurlijke proces om van deze instabiele koolstofketens te komen tot stabielere ketens die langdurig in de bodem blijven, vergt tijd. Het is daarom belangrijk dat de bodem gedurende een groeiseizoen zo min mogelijk verstoord wordt zodat natuurlijke processen gestimuleerd worden. Op die manier vindt er maximale omzetting plaats van instabiele tot stabielere koolstofketens die langdurig in de bodem blijven. Om dit natuurlijke proces te stimuleren, passen agrarische ondernemers nieuwe landbouwtechnieken toe zoals niet-kerende grondbewerking. Deze technieken zorgen ervoor dat de bodem zo min mogelijk verstoord wordt bij bewerkingen op het land.

 



Principe 2: Vergroot gewasdiversiteit

Door een extensieve of gevarieerde vruchtwisseling toe te passen en bijvoorbeeld in het bouwplan een rustgewas of een meerjarig gewas te telen, ontsnapt er minder koolstof in de korte koolstofkringloop én is de koolstof beschikbaar voor langdurige vastlegging in de bodem. Door meer verschillende gewassoorten te telen en ook meerjarige gewassen te telen, krijgt de bodem een rijker bodemleven en een hogere diversiteit wat bijdraagt aan CO2-vastlegging in de bodem. 

 



Principe 3: Bodem bedekt houden

Na afloop of voorafgaand aan de teelt van een voedselgewas (hoofdteelt) kan een zogenoemde groenbemester worden geteeld. Een groenbemester is een gewas dat niet als primair doel heeft om een voedselproduct voort te brengen en zorgt ervoor dat er ook gewasgroei is op het moment dat er geen voedselgewas wordt geteeld. De bodem blijft daarmee bedekt en het zorgt door middel van wortels en bladeren (biomassa) voor koolstof dat niet in de korte kringloop wordt gebracht, maar juist direct bestemd is voor de bodem. Door de groenbemester onder te werken in de bodem wordt extra koolstof toegevoegd aan de bodem.

 



Principe 4: Bodemleven bevorderen

Na de oogst van een voedselgewas worden de resten achtergelaten op het land. Deze bovengrondse gewasresten bevatten koolstof, maar zijn nog niet permanent aan de bodem toegevoegd. Eerst worden de gewasresten door macro-organismes (e.g. wormen) afgebroken in kleinere delen en de bodem in gebracht. Door gewasresten achter te laten wordt het bodemleven gestimuleerd en worden micro-organismen geactiveerd die de koolstof vervolgens omzetten in langere stabielere ketens die langdurig in de bodem blijven. Naast gewasresten zorgen ook groenbemesters en externe biomassa zoals organische mest of natuurcompost voor een actief bodemleven.

 



Principe 5: Veestapel onderdeel van kringloop

Voorafgaand of na afloop van de teelt kunnen organische meststoffen als koolstofbron worden aangeboden aan de bodem. Natuurcompost en/of hoogwaardige dierlijke mest met relatief veel koolstof zijn belangrijk voor de bodemkwaliteit, leveren de bouwstoffen voor gegwasgroei en het vastleggen van bodemkoolstof.

 

/

Go2 Positive maakt gebruik van cookies

Wij gebruiken functionele en analytische cookies om een goede werking van onze website te kunnen garanderen en onze website gebruiksvriendelijker te maken. Wij gebruiken daarnaast ook trackingcookies voor campagnes van Go2 Positive. Trackingcookies geven ons informatie waardoor wij website bezoekers zoveel mogelijk relevante informatie kunnen tonen. Wanneer je op 'doorgaan' klikt, geef je ons toestemming voor het plaatsen van functionele, analytische en trackingcookies.